Toerisme, horeca en recreatie lijken het hardst getroffen door de coronamaatregelen. Stadshotel Doesburg zit midden in de storm. We gaan in gesprek met eigenaar Joost Smeltink over die bewuste zondag in maart, over de gevolgen en verwachtingen, én over wat zo’n gedwongen hotelsluiting als positief bijeffect heeft.

Door Richard Kok van DoesburgDirect.nl
 
DOESBURG - Zondag 15 maart om 17.00 uur verandert de wereld van ondernemer Joost Smeltink ingrijpend. In een persconferentie maakt ‘Den Haag’ bekend dat de horeca nog dezelfde avond om 18.00 uur op slot gaat. Joost schakelt, informeert zijn gasten en belandt van de een op andere dag in een vreemde roller coaster.
 
‘We zagen het niet aankomen. We waren voorbereid op maatregelen, maar hadden er geen rekening mee gehouden dat we acuut moesten sluiten. Het restaurant was redelijk gevuld. De hotelgasten mochten in theorie formeel blijven dineren, maar de lokale gasten moesten naar huis. We hebben vlot het diner geserveerd en waren rond een uur of zeven klaar.’

Het is het pijnlijke relaas van een opgewekte ondernemer, die door overheidsmaatregelen zijn zaak moet sluiten. Juist voor ondernemers in de gastvrijheidssector een onnatuurlijk gevoel: gasten naar huis sturen, terwijl je ze juist wilt verwennen. Een grotere spagaat bestaat niet. Ook voor Joost is de werkelijkheid hard en feitelijk. Zijn gasten gaan naar huis en naar de kamers. Het restaurant moet leeg.
 
‘Hoewel we verder nog geen informatie hadden, besloten we wel om elkaar als medewerkers te ontmoeten. Het hotel mocht op dat moment nog wel geopend blijven. Maandagochtend hebben we eerst de boel maar weer eens grondig schoongemaakt in de keuken en het restaurant. We hadden toen nog een paar kamers van hotelgasten en een paar kamers van Doesburgse bedrijven van mensen die hier aan het werk waren. Dus we zijn wel met iets gestart, maar gaandeweg de week zag je dat iedereen de reserveringen annuleerden, en hadden we eind van de week ook niets meer staan. Toen hebben we gezegd: we gaan sluiten. Boiler uit, verlichting uit, we gaan dicht.’

Risk en Levensweg

Direct wordt duidelijk dat deze gezondheidscrisis hand in hand gaat met een economische crisis. De eerste dagen kan Joost zich moeilijk met de situatie verenigingen. Als ondernemer draait hij zelf aan de knoppen en liggen succes en/of falen in eigen hand. Nu beslissen anderen over zijn bedrijfsvoering. De zakelijke waakvlam dooft.
 
‘De periode van sluiting heb ik gebruikt om met het gezin erop uit te trekken. En we krijgen met Sinterklaas altijd spellen, die we het hele jaar door nooit spelen. Nu was er tijd voor Risk en Levensweg. We hebben de tijd gebruikt om er het beste van te maken en ons over te geven. Dat ging redelijk makkelijk met het mooie weer.’
 
Ondernemerssteun komt er vanuit de overheid. Joost maakt gebruik van de NOW-regeling, waardoor de nettolonen van personeel tot 90 procent worden betaald. De wijn- en visleverancier zijn coulant en facturen mogen in de map blijven. Komt later wel. Toch gaan die na een aantal weken bellen. Joost denkt aan een lening, om de facturen te kunnen betalen. Als op 1 juni de horeca weer open mag, wordt er weer omzet gemaakt en kan de facturering weer draaien.

Klaarmaken voor de toekomst

In tussentijd grijpt hij de gedwongen sluiting aan om Stadshotel Doesburg op te knappen. ‘We hebben vorig jaar door een horeca-architect een plan laten schrijven hoe we dit hotel klaarmaken voor de toekomst. Daar had ik de financiering voor rond. We stonden klaar voor een verbouwing. Uiteindelijk ben ik heel blij dat ik nog niets had besteld, want dat had ik nu ontzettend lastig gezeten met de kosten van het hotel én de investering. De investering hebben we niet gedaan, maar we hebben een aantal delen uit het plan zelf gerealiseerd. In de geest van het plan. In een aantal kamers hebben we de baden eruit gehaald. Mijn vader is gepensioneerd loodgieter en heeft geholpen. Onze huismeester, die normaal kleine klussen doet, heeft een aantal grote klussen opgepakt. Medewerkers hebben kamers afgeplakt met tape, jongens hebben de boel geschilderd. Daar hebben twee tot drie weken voor uitgetrokken. Het is voor mij heel leuk om te zien wat er allemaal gebeurt. Normaal houd je de problemen het dichtst bij jezelf en maakt anderen daar geen deelgenoot van. Nu doe je een beroep op anderen, die er zelf overigens ook mee kwamen. Dat is heel bijzonder. Mijn medewerkers zeiden: we komen en gaan aan het werk, want thuis zit ik me toch alleen maar te vervelen. Je treft ze in een andere setting en er ontstaan andere gesprekken. Dat is de keerzijde van de coronacrisis, dat je elkaar op een andere manier hebt leren kennen. We zijn dichter bij elkaar gekomen.’
 
Het voorjaar is voor Stadshotel Doesburg verloren, maar de zomer biedt kansen. Ook op anderhalve meter afstand. ‘Ik vind het ontzettend spannend. We zijn veel reserveringen voor komende zomer kwijtgeraakt na de sluiting. Fietsgezelschappen vanuit Duitsland, een oldtimerclub die had geboekt en een jaarclub van Universiteit van Leiden die hier twee dagen zou verblijven. Die komen niet. Ik moet het de komende maanden hebben van de individuen, de echtparen, vriendinnen en zussen. Sinds 6 mei zijn we weer open en de telefoon rinkelt alweer een beetje. Ook komen er weer e-mails binnen van mensen die een plan hebben om te boeken en zich laten informeren wat wel en niet open is en wat de annuleringsvoorwaarden zijn als er toch weer een uitbraak komt.’

Geholpen door lokale leveranciers

Vanaf 1 juni gaat Stadshotel Doesburg weer draaien. Volgens de richtlijnen van het RIVM en de regels van de overheid. ‘Van half zes tot half acht de eerste shift, voor mensen die het prettig vinden om op tijd te dineren. Van half acht tot zeg half elf de tweede shift. Zo willen we dat binnen gaan organiseren. We hebben 25 hotelkamers, dus dan zit je al heel snel aan je 30 gasten verdeeld over twee shifts. Dus dat wordt nog wel een puzzelwerkje. Ik verwacht dat we buiten ook nog een heel aantal gasten kunnen ontvangen. Wij kunnen een deel van de kade buiten de terrasschermen gebruiken om gasten te ontvangen. Daar zijn we heel blij mee, want tot en met september verwachten wij drukte dat we mensen kunnen ontvangen en de kassa kunnen laten rinkelen.’
 
In crisistijd leer je je echte vrienden kennen, weet Joost. ‘Als je de tv aanzet, zie je mensen die zich afvragen waar we mee bezig zijn. Dat we zes keer per jaar het vliegtuig pakken om ergens naartoe te gaan. Iedereen is druk en gehaast. Wij kijken ook kritisch naar waar we zelf mee bezig zijn. Wat serveren we dan? Halen we dat van ver weg, of kiezen we voor dichtbij? We zijn enorm geholpen door lokale leveranciers die heel schappelijk waren. Dus die band is sterk geworden. Daar staat tegenover dat je van grote bedrijven een mail krijgt en die niet te bereiken zijn. Misschien gaan we daarvan wel afscheid nemen. Nu gaan we herijken en dat zie ik als een positief punt van deze crisis. Was dit niet gebeurt, dan was alles bij hetzelfde gebleven.’
 
De videoregistratie is ook te zien op de Facebookpagina van de Gemeente Doesburg en op DoesburgDirect.nl.